Startpagina

Beeldmerk
    Verantwoording

Boomverzorging

Landschapsbeheer
    
Bolkensteeg

Plaagbestrijding
    Kastanjemineermot

Bestelformulier

Contact
Door de sterke opmars van dit zeer kleine motje zijn momenteel grote gedeelten van het Nederlandse paardekastanje bestand ernstig aangetast. De motjes zijn goudbruin, ongeveer 0,5 cm groot en hebben een fijn wit/zwart strepenpatroon op de vleugels; op de kop en op het achtereinde van de vleugels staan franjes. Niet het motje zelf, maar de larve van deze mineermot is verantwoordelijk voor de symptomen en de ernstige schade. De larven met duidelijk diep ingesneden segmenten zijn pootloos en afgeplat. Ze meten maximaal 3 - 4 mm. Per jaar komen er in Nederland drie generaties voor.
Het motje legt zijn eitjes aan de bovenzijde van het blad dicht bij de nerven. Na de ontluiking boort zich een minuscuul klein larfje in het blad, waar vervolgens het bladmoes wordt weggevreten. Door het wegvreten wordt het fotosyntheseapparaat van de boom gereduceerd. Indien de twee eerste generaties onbeperkt hun gang kunnen gaan, neemt de schade tegen de nazomer zeer ernstige proporties aan. Bladeren drogen uit en vervroegde bladval treedt op. De boom kan onvoldoende reservestoffen aanmaken en wordt gevoeliger voor vorst en andere belagers (o.a. honingzwam en de gevreesde bloedingsziekte bij kastanjes)
Door inzet van specifieke feromonen met vangbekers, in combinatie met bladruiming in de herfst, is de bladschade goed te beheersen. Door het zoveel mogelijk wegvangen van de drie generaties mineermotten die per jaar in ons land voorkomen, wordt het aantal larven teruggebracht. Zo zijn de paardekastanjes in staat om op een normale manier hun fotosynthese door te zetten tot in de nazomer. Het energie niveau van de bomen blijft op peil, wat hun vitaliteit en ziekteweerstand verbetert.